Bijna een kwart miljoen jonge werknemers wil meer uren werken dan nu in hun contract staat. Dat meldt NU.nl vandaag op basis van onderzoek van arbeidsmarktonderzoeker Intelligence Group. Ruim twee derde van de werkenden onder de 30 wil het liefst fulltime aan de slag, in de praktijk doet 53 procent dat.
Kortom, hier ligt een enorme kans voor de arbeidsmarkt.
17 juni 2026
Door deze mismatch blijft jaarlijks bijna 120.000 fte aan arbeidspotentieel onbenut, met name in sectoren waar de tekorten al groot zijn: zorg en onderwijs.
Het goede nieuws: dit potentieel ís er dus al. Het gaat om jonge medewerkers die al op de werkvloer staan, de sector kennen en aangeven dat ze meer willen werken dan ze nu doen.
Volgens directeur Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group is het een groot misverstand dat jongeren minder uren zouden willen werken of geen fulltimebaan zouden ambiëren. Zo zegt hij op de eigen website:
“Het tegendeel is waar. Zij willen eerder meer uren werken en bij voorkeur fulltime, maar zitten vooral in bepaalde sectoren en beroepen vast in kleine deelcontracten.”
Kijk kritisch naar kleine contracten
Veel jonge werknemers willen juist vooruit: in inkomen, ontwikkeling én in uren. Toch starten ze vaak in een klein contract, zeker in zorg, onderwijs en maatschappelijke beroepen.
Soms is een klein contract een bewuste keuze, maar (te) vaak is het vooral de standaard van de organisatie en wordt niet getoetst of iemand meer wil of kan werken.
Dit begint al bij de instroom. Welke contractomvang bied je standaard aan? Wordt meer uren werken actief en vanzelfsprekend besproken? Is er ruimte om korte diensten te verlengen, taken te combineren of op een andere manier meer uren mogelijk te maken? En weten jonge medewerkers eigenlijk wat er kan?
Meer werken moet ook genoeg opleveren

Bij HPP zien we dat aannames een grote rol spelen. Werkgevers denken vaak te weten waarom iemand in deeltijd werkt: het werk is zwaar, privé laat het niet toe, of meer werken levert financieel te weinig op. Soms klopt dat. Maar vaak blijkt er meer mogelijk zodra je het concreet maakt.
Ons recente onderzoek naar meer werken in de zorg en kinderopvang laat dat zien. Voor circa 925.000 praktisch opgeleide medewerkers rekenden we door wat vier uur extra werken netto oplevert. Voor vier op de vijf levert dat ruim 12,50 euro netto per extra gewerkt uur op. Tegelijk is er een risicogroep: één op de vijf houdt er minder aan over, vooral door de samenloop van toeslagen, belastingen en kinderopvangkosten.
Precies daarom is het Goede Gesprek zo belangrijk: een leidinggevende die concreet bespreekt wat iemand nodig heeft om meer uren te kunnen én willen maken. En daar hoort bij: inzicht geven in wat meer werken financieel betekent.
Maak meer uren concreet mogelijk
Dat gesprek wordt nu vaak te laat of te weinig gevoerd. De hamvraag is: wat heb je nodig om meer uren te kunnen en willen werken?
Werkgevers kunnen morgen al kijken waar contracten kleiner zijn dan nodig, waar roosters uitbreiding in de weg zitten en waar leidinggevenden het gesprek over uren actiever kunnen voeren.
Daarna begint het echte werk: roosters tegen het licht houden, korte diensten terugdringen, grotere contracten bespreekbaar maken, leidinggevenden helpen dit gesprek goed te voeren en medewerkers inzicht geven in wat extra uren netto opleveren. Dit zijn praktische keuzes die direct verschil maken, en waar geen grote systeemverandering voor nodig is.
Het potentieel ligt binnen de organisatie
Natuurlijk wil niet iedereen meer werken, en natuurlijk vraagt meer uren om goede randvoorwaarden. Maar werkgevers hoeven niet alleen naar nieuwe instroom te kijken om personeelstekorten aan te pakken. Een deel van de oplossing werkt al in de organisatie.
Juist daarom is dit zo’n belangrijke kans. Wie jonge medewerkers vanaf het begin passende uren biedt, vergroot niet alleen de inzetbaarheid, maar ook betrokkenheid, behoud en financiële zelfstandigheid.